Installeer Asantehene.nl als app voor snelle toegang

Jacobus Capitein: geleerde, prediker en tegenstrijdigheid

Jacobus Capitein: geleerde, prediker en tegenstrijdigheid AI-gegenereerde illustratie
Jacobus Capitein: geleerde, prediker en tegenstrijdigheid
Deze afbeelding is gegenereerd om het artikel te illustreren. Het is geen foto en geen historisch document.
Kernpunten

Geboren aan de Goudkust, als kind tot slaaf gemaakt en opgeleid in Leiden, werd Capitein de eerste zwarte man die in de Nederlandse Hervormde Kerk werd bevestigd — en betoogde in druk dat slavernij verenigbaar was met de christelijke vrijheid.

Gerelateerde categorie: Belangrijke Figuren

Een kind weggehaald van de kust

Jacobus Elisa Johannes Capitein werd omstreeks 1717 ergens aan de Goudkust geboren. Over zijn familie of zijn geboorteplaats is vrijwel niets bekend; wat is opgetekend begint bij het feit dat hij als klein kind tot slaaf werd gemaakt en zijn verwerving door een Nederlandse scheepsofficier, die hem aan het einde van de jaren twintig van de achttiende eeuw naar Nederland bracht. Daar kreeg hij een Europese naam, werd hij gedoopt en groeide hij op in een huishouden in Den Haag als afhankelijke — op Nederlandse bodem juridisch niet tot slaaf gemaakt, maar evenmin vrij in enige gewone zin.

Hij bleek een uitzonderlijke leerling. Hij kreeg onderricht in het Latijn en het Grieks, en in 1737 schreef hij zich in aan de Universiteit Leiden om theologie te studeren. Dat een jongen die tien jaar eerder uit West-Afrika was weggevoerd zich liet inschrijven aan een van de vooraanstaande universiteiten van Europa was buitengewoon, en dat werd opgemerkt. Capitein was van meet af aan zowel student als bezienswaardigheid.

De dissertatie van 1742

In 1742 verdedigde Capitein een Latijnse dissertatie waarvan het betoog sindsdien zijn reputatie heeft bepaald: dat slavernij niet in strijd is met de christelijke vrijheid. De redenering was een zorgvuldig stuk gereformeerde scholastiek. De christelijke vrijheid, zo hield hij, is geestelijk — vrijheid van de zonde — en vereist geen vrijheid van het lichaam. Slavernij wordt daarom niet door bekering opgeheven, en een christen mag rechtmatig slaven houden, mits zij in het geloof worden onderwezen.

Het geschrift verscheen kort daarna in Nederlandse vertaling en beleefde verscheidene drukken. Het was populair juist vanwege de schrijver: een voormalig tot slaaf gemaakte Afrikaan die in de taal van de universiteit betoogde dat de Nederlandse handel een christelijk geweten niet hoefde te verontrusten. Het werd met voldoening aangehaald door mensen met een rechtstreeks belang bij die conclusie.

Hoe het te lezen

Er is geen eerlijke manier om het betoog te verzachten. Het zegt wat het zegt, en het kwam de slavenhandel van pas. Maar het lezen als een eenvoudige daad van medeplichtigheid gaat voorbij aan Capiteins positie. Hij was een jongeman die voor zijn loopbaan volledig afhankelijk was van de bescherming van de kerk en van de West-Indische Compagnie, en die een stelling verdedigde voor examinatoren wier goedkeuring hij nodig had, in een samenleving waarin geen enkele zwarte man enige zelfstandige positie bezat. Historici hebben de tekst gelezen als opportunisme, als oprechte theologie, en als de gedwongen taal van iemand die geen ruimte had iets anders te zeggen. Het bronnenmateriaal beslist de vraag niet, en elke voorstelling die een van deze lezingen als zeker presenteert gaat te ver.

Bevestiging en terugkeer

Capitein werd bevestigd in de Nederlandse Hervormde Kerk — als eerste zwarte man — en voer in 1742 naar Elmina als predikant van de Nederlandse vestiging aldaar. Hij keerde na een jaar of vijftien terug naar de kust waarvan hij was weggehaald, in dienst van de compagnie die aan het weghalen had verdiend.

Te Elmina preekte hij voor het garnizoen, leidde hij een school voor de kinderen van het fort en van de stad Elmina, en werkte hij aan vertalingen in de plaatselijke taal: onder meer het Onze Vader, de geloofsbelijdenis en de Tien Geboden. Deze vertalingen zijn van werkelijk belang als vroege pogingen de christelijke leer in een Akan-taal weer te geven, en zij behoren tot de redenen waarom zijn naam zowel in Ghana als in Nederland voortleeft.

Een moeizame ontvangst

De zending slaagde niet. Het garnizoen was klein, wisselend en grotendeels ongeïnteresseerd in preken. De stad had haar eigen godsdienstig leven en geen duidelijke reden dat op te geven. Zijn school trok leerlingen aan maar niet de middelen om hen te onderhouden. Toen Capitein toestemming vroeg om met een plaatselijke vrouw te trouwen, weigerden de kerkelijke autoriteiten in Nederland dit op grond van het feit dat zij geen gedoopte christen was, en regelden zij in plaats daarvan dat een Nederlandse bruid naar hem werd uitgezonden — een besluit dat veel zegt over hoe zijn superieuren zijn positie tussen de twee samenlevingen begrepen.

Hij raakte in schulden, mede door handelsondernemingen waarmee hij in zijn onderhoud trachtte te voorzien, en stierf in 1747 te Elmina, nog in de twintig of nauwelijks daarvoorbij. Hij liet geen instelling na.

Nalatenschap

In Nederland wordt Capitein vooral herinnerd om zijn dissertatie, in Ghana vooral als vroeg vertaler in een Akan-taal en als onderwijzer. Geen van beide herinneringen is volledig zonder de andere. Hij was een werkelijk geleerde, de eerste van zijn achtergrond die een Nederlandse kansel bereikte, en de schrijver van een tekst die het tot slaaf maken van mensen zoals hijzelf hielp rechtvaardigen. De tegenstrijdigheid is geen raadsel dat opgelost moet worden, maar de kern van zijn leven, en zij is de reden dat hij een van de meest besproken figuren blijft in de gedeelde geschiedenis van Nederland en de Goudkust.

Belangrijke inzichten & Uitspraken

"Een kind weggehaald van de kust jacobus elisa johannes capitein werd omstreeks 1717 ergens aan de goudkust geboren."
"Hij kreeg onderricht in het latijn en het grieks, en in 1737 schreef hij zich in aan de universiteit leiden om theologie te studeren."
"Dat een jongen die tien jaar eerder uit west-afrika was weggevoerd zich liet inschrijven aan een van de vooraanstaande universiteiten van europa was buitengewoon, en dat werd opgemerkt."
"Capitein was van meet af aan zowel student als bezienswaardigheid."
Deel dit artikel