Installeer Asantehene.nl als app voor snelle toegang

Asante en de noordelijke savanne: Gonja, Dagomba en de kolahandel

Asante en de noordelijke savanne: Gonja, Dagomba en de kolahandel AI-gegenereerde illustratie
Asante en de noordelijke savanne: Gonja, Dagomba en de kolahandel
Deze afbeelding is gegenereerd om het artikel te illustreren. Het is geen foto en geen historisch document.
Kernpunten

De Asante-expansie naar het noorden bracht Gonja en Dagomba in schatplichtige verhoudingen en verbond het bosrijk via de kolahandel met de karavaanroutes van de Sahel.

Gerelateerde categorie: Asante Geschiedenis

De blik naar het noorden

Beschrijvingen van Asante zijn doorgaans op zee gericht. Het goud, de forten, de verdragen en de oorlogen met Groot-Brittannië liggen alle in het zuiden, en het Atlantische kader is het kader dat de Europese bronnen aanreiken. Maar Asante was een bosrijk met twee grenzen, en de noordelijke — richting savanne, de Nigerbocht en uiteindelijk de Sahara — was van vergelijkbaar belang en als handelsstelsel aanzienlijk ouder.

De savannestaten voorbij de bosrand waren gevestigde staatsverbanden met eigen dynastieën, eigen kronieken en in veel gevallen een islamitische geleerdenstand. Gonja lag ten noordwesten, aan de overzijde van het Zwarte Volta-gebied, Dagomba ten noordoosten. Beide lagen aan routes die het bos al eeuwen vóór het verschijnen van enig Europees schip aan de kust met de Sahel verbonden.

Verovering en schatting

De Asante-expansie in dit gebied vond plaats onder Opoku Ware, de opvolger van Osei Tutu, in het midden van de achttiende eeuw. Veldtochten brachten zowel Gonja als Dagomba in een schatplichtige verhouding tot Kumasi.

Wat die verhouding in de praktijk betekende, was geen koloniaal bestuur. Asante verving de plaatselijke dynastieën niet, stelde geen bestuurders aan en bezette het gebied niet met sterke troepen. De noordelijke staten behielden hun eigen heersers, hoven en inwendig bestuur en erkenden het Asante-oppergezag door schatting te betalen en in oorlogstijd manschappen te leveren. Die schatting nam in de loop van de tijd verschillende vormen aan, waaronder gevangenen, vee en weefsel, en de voorwaarden werden telkens opnieuw uitonderhandeld.

Deze regeling was goedkoper en duurzamer dan rechtstreeks bestuur zou zijn geweest. Zij schiep ook een blijvende spanning: schatplichtige staten hebben eigen belangen, en de noordelijke gewesten waren een terugkerende bron van moeilijkheden zodra het centrale Asante-gezag verzwakte.

Kola

De handelskern van de verhouding was een noot. Kola groeit in de boszone en niet in de savanne; het is een licht stimulerend middel, het is goed genoeg houdbaar om te vervoeren, en in de islamitische samenlevingen van de Sahel — waar alcohol verboden is — bestond er voortdurend grote vraag naar, voor gebruik, gastvrijheid en plechtigheden.

Asante beheerste het gebied waar de meest gewaardeerde soort groeide. Kola ging in grote hoeveelheden noordwaarts; in ruil daarvoor zond de savanne zuidwaarts wat het bos ontbeerde:

  • zout uit de woestijnhandel en uit bronnen in de savanne;
  • runderen, schapen en geiten, die door de slaapziekte in het bos vrijwel niet te houden waren;
  • sheaboter, huiden en afgewerkt leerwerk;
  • katoenen weefsel, met name uit de grote weefcentra van Hausaland;
  • en gevangenen, die in de tegenovergestelde richting van de kola bewogen.

De grote noordelijke markt van de negentiende eeuw was Salaga in Gonja, waar handelaren uit bos en savanne elkaar ontmoetten en waar Asante-handelsbelangen nauw betrokken waren. Karavanen uit Hausaland en verder kwamen erheen, en daarlangs was Asante — indirect, via tussenpersonen — verbonden met een handelswereld die tot Kano, Timboektoe, de Sahara en Noord-Afrika reikte.

Islamitische handelaren en het hof

Handel bracht niet alleen goederen maar ook mensen. Islamitische kooplieden en geleerden uit de savanne, onder wie Hausa en Dyula, waren van oudsher langs de noordelijke routes gevestigd, en in Kumasi zelf woonde een islamitische gemeenschap, wier leden werden gewaardeerd om hun geletterdheid in het Arabisch, om briefwisseling, administratie en de amuletten en diensten die zij verzorgden. Hun aanzien aan het hof herinnert eraan dat de buitenlandse betrekkingen van Asante zich nooit tot Europa beperkten.

Twee grenzen, één strategie

Samen bezien verklaren de noordelijke en de zuidelijke grens elkaar. Asante lag tussen twee grote handelsstelsels — het Atlantische en het trans-Sahariaanse — en verdiende eraan het punt te zijn waarlangs bosproducten in beide richtingen gingen. Goud en gevangenen gingen zuidwaarts naar de Europeanen; kola ging noordwaarts naar de Sahel; invoer kwam van beide zijden binnen en werd vanuit Kumasi verder verdeeld.

Dat is de positie waarvoor de Asante-staat was gebouwd, en zij verklaart veel van zijn optreden: het aandringen op verzekerde toegang tot de kust in de omgang met Nederlanders en Britten, de zorg voor de grote wegen, en de vastberadenheid de noordelijke gewesten schatplichtig te houden. Toen de Britten in de jaren zeventig van de negentiende eeuw de zuidelijke verbinding doorsneden, sneden zij slechts de ene helft van een stelsel door — maar wel de helft die de vuurwapens betaalde.

Belangrijke inzichten & Uitspraken

"De blik naar het noorden beschrijvingen van asante zijn doorgaans op zee gericht."
"Het goud, de forten, de verdragen en de oorlogen met groot-brittannië liggen alle in het zuiden, en het atlantische kader is het kader dat de europese bronnen aanreiken."
"Maar asante was een bosrijk met twee grenzen, en de noordelijke — richting savanne, de nigerbocht en uiteindelijk de sahara — was van vergelijkbaar belang en als handelsstelsel aanzienlijk ouder."
"De savannestaten voorbij de bosrand waren gevestigde staatsverbanden met eigen dynastieën, eigen kronieken en in veel gevallen een islamitische geleerdenstand."
Deel dit artikel