Geld dat je kon uitgieten
Gedurende het grootste deel van de geschiedenis van het koninkrijk bestond het Asante-geld uit goudstof: sika futuro, de fijne deeltjes gewonnen uit beken en uit ondiepe winplaatsen in het woud. Het werd niet gemunt, gestempeld of door enig gezag uitgegeven. De waarde lag in gewicht en zuiverheid, wat betekende dat elke transactie van enige omvang een weging vergde en dat de weeginstrumenten zelf voorwerpen van betekenis waren.
Dit had praktische voordelen. Goudstof was tot vrijwel elk bedrag deelbaar, het was niet afhankelijk van een munthuis, en het werd van de kust tot aan de noordelijke markten aanvaard. Het had ook een opvallend nadeel: het was gemakkelijk te vervalsen, en geschillen over het gehalte van het stof waren een alledaags verschijnsel in de handel. Handelaren droegen hun eigen gewichten mee en verwachtten die van de wederpartij te controleren.
De gewichten
De koperen gewichten waarmee goudstof werd afgewogen — abrammuo in het Twi, en in musea algemeen bekend als Akan-goudgewichten — behoren tot de bekendste voorwerpen van de West-Afrikaanse kunst. Zij werden in messing gegoten volgens de verlorenwasmethode en vallen ruwweg in twee groepen uiteen.
Geometrische gewichten
Het oudere en talrijkere type is geometrisch: piramides, schijven, kubussen, getrapte en kruisvormige vormen, ingesneden met lijnen, chevrons en stippen. De patronen op het oppervlak zijn niet louter versiering; bij veel exemplaren lijken zij te hebben gefunctioneerd als een merktekenstelsel dat de ene coupure van de andere onderscheidde.
Figuratieve gewichten
Het latere type is figuratief: vogels, vissen, antilopen, sandalen, trommen, krukken, geweren en kleine tafereeltjes met menselijke figuren. Veel daarvan verwijzen rechtstreeks naar spreekwoorden, zodat het gewicht in de tas van een handelaar naast een waarde ook een gezegde meedroeg. Een veelvoorkomend voorbeeld is de achteromkijkende vogel, verbonden met de gedachte dat het niet verkeerd is terug te keren voor wat men vergeten is. Zo'n gewicht was tegelijk een zedelijk voorwerp en een handelsinstrument.
Weegschalen, lepels en dozen
Een volledige set omvatte meer dan gewichten. Daarbij hoorden een kleine balans met koperen schalen, lepels om het stof op te nemen, een blaasschaal of zeef om het te reinigen, en een houder — vaak een gegoten koperen kuduo of een forowa van bladkoper — om het te bewaren. Zulke sets waren persoonlijk bezit, werden geërfd en waren in welgestelde huishoudens omvangrijk. Musea in Europa bezitten er zeer veel, en juist de Nederlandse verzamelingen verwierven sets via Elmina.
Coupures en hun grenzen
De Asante-boekhouding in goudstof gebruikte een reeks benoemde eenheden, waarvan de peredwan de grootste in gangbaar gebruik was, opgebouwd uit kleinere eenheden zoals de damma en de taku. Het omrekenen daarvan naar moderne equivalenten levert weinig op: de onderlinge verhouding lag niet in tijd en plaats volkomen vast, er waren verschillende regionale standaarden in gebruik, en Europese bezoekers noteerden de waarden inconsequent. Wat met zekerheid gezegd kan worden, is dat het stelsel fijnmazig genoeg was voor alledaagse markttransacties en robuust genoeg voor betalingen op staatsniveau zoals schatting en schadeloosstellingen.
Naast goudstof circuleerden kaurischelpen, vooral in de noordelijke handel richting Gonja, Dagomba en de savannemarkten, waar kauri's het gewone kleingeld vormden. De twee stelsels ontmoetten elkaar langs de grote wegen en werden tegen elkaar ingewisseld.
De ontmoeting met Europees geld
Aan de kust stuitte goudstof op Europese munten en boekhouding. Nederlandse, Engelse, Deense en Portugese handelaren kochten in goud en later in landbouwproducten, en voerden hun boeken in eigen valuta terwijl zij in stof betaalden en ontvingen. Het mark en de ons van de Europese handelsboeken pasten slecht op de Asante-eenheden, en een goed deel van de wrijving in de kusthandel kwam voort uit de omrekening daartussen.
Goudstof bleef tot ver in de koloniale tijd in gebruik, maar overleefde die niet. Britse valuta, koloniale belastingheffing en de opkomst van cacao als exportproduct verdrongen het geleidelijk, en aan het begin van de twintigste eeuw was het afwegen van goud voor alledaagse betalingen voorbij. De gewichten bleven bestaan als erfstukken en vervolgens als verzamelobjecten, en het zeer grote aantal ervan dat zich nu in Europese en Noord-Amerikaanse musea bevindt is een rechtstreeks gevolg van die verschuiving: zodra zij ophielden geld te zijn, werden zij kunst.
Onderzoek naar de gewichten
De serieuze studie van het gewichtenstelsel is aanzienlijk vooruitgeholpen door Timothy Garrard, wiens werk over Akan-goudgewichten en de goudhandel de coupurestandaarden trachtte te reconstrueren uit bewaard gebleven sets in plaats van uit Europese beschrijvingen. Latere onderzoekers hebben enkele van zijn conclusies genuanceerd, en de precieze geschiedenis van de standaarden blijft een open vraag — een van die onderwerpen waarbij de voorwerpen overvloedig zijn en de documentatie schaars.